Seminar 2014

IVP – Instituut voor Pensioeneducatie organiseerde op maandag 12 mei 2014 het seminar ‘Beloningsbeleid en Bonussen bij Pensioenfondsen en Vermogensbeheerders

Het seminar vond plaats ten kantore van Simmons & Simmons, Claude Debussylaan 247, Amsterdam. Mr Guido Roth, partner bij Simmons & Simmons, doceert aan de IVP- leergang Pensioenfondsmanagement.

Voor de deelnemerslijst van dit seminar klikt u HIER. Op deze pagina vindt u het verslag van de middag.

Sprekers waren:

Discussie over bonussen en (gewenste) regulering daaromtrent:

Anna Grebenchtchikova, voorzitster Pensioencommissie van CNV Jongeren, en Yernaz Ramautarsing, student politicologie aan de Universiteit van Amsterdam

 

Yaron Brook, “Bonussen en Regelgeving”

Yaron Brook, auteur van het boek ‘Free Market Revolution’  begon zijn presentatie met een korte introductie van het Ayn Rand Institute (ARI).

ARI verspreidt het gedachtegoed van de auteur Ayn Rand (1905-1982). Ayn Rand ontvouwde haar ideeën in de bestseller Atlas Shrugged uit 1957 (in de Nederlandse vertaling getiteld “De Kracht van Atlantis”), dat tot op de dag van vandaag in oplagen van honderdduizenden boeken per jaar wordt verkocht.

Het boek gaat over het individu, eigendom en de jacht naar eigen geluk als enige morele basis voor een echte vrije maatschappij. Deze echt vrije maatschappij moet laissez fair kapitalisme bevatten. Atlas Shrugged biedt voor velen een bron van inspiratie door de leer van het objectivisme die in de roman naar voren wordt gebracht.

 

 

Ayn Rand ontwikkelde het objectivisme als een gids voor het leven. Het objectivisme stelt dat we de rede moeten gebruiken om de wereld te begrijpen, ons hoogste morele doel is het volgen van het rationele eigenbelang en het laissez-fair kapitalisme.

De financiële sector kreeg vaak de schuld van de financiële crisis van 2008. Yaron Brook stelde dat de crisis niet werd veroorzaakt door egoïstische bankiers. Bankiers, sprak Brook, waren egoïstisch, zijn egoïstisch en zullen egoïstisch blijven. Dat waren zij niet alleen in 2008.

De financiële sector is de meest gereguleerde sector. In de VS, gaf Brook als voorbeeld, valt een bank onder vijf verschillende overheidsinstanties die toezicht houden. Terwijl velen het gedrag van de egoïstische zakenbankiers van Wall Street aanwezen als de oorzaak van de financiële crisis, werd de crisis juist veroorzaakt door de regels die de overheid bepaalde, betoogde Brook.

Hij stelde dat de invloed van centrale banken sterk moet worden beperkt. Door het beleid van de centrale bank in de Verenigde Staten om de rente laag te houden, werd men gestimuleerd tot het maken van schulden. De Amerikaanse overheid onder zowel Democratische als Republikeinse leiding spoorde het eigen woningbezit aan. Mede door de kunstmatige lage rente werden massaal hogere hypotheken gesloten. Grote banken weten dat zij bij slechte omstandigheden door de overheid toch wel worden gered want zij worden te groot geacht om failliet te gaan.

Alleen echte vrije markten, dus ongereguleerd, kunnen de vitale financiële functie van overdracht van kapitaal door kapitaalverschaffers naar kapitaalontvangers  dienen en economische activiteit doen ontplooien.

Er is geen boek of film waarin een succesvolle financier op een positieve wijze wordt uitgebeeld. Er zijn vele cursussen over financiën en ethiek. Boodschap: Wall Street en de bankiers zijn niet te vertrouwen en de oorzaak van crises. Het werk van de financiële wereld wordt niet als productief gezien. Het is verschuiven van papier. Er wordt niets gecreëerd. In de VS wijten zowel de Democraten als de Republikeinen de financiële crisis aan Wall Street. Maar financiers vervullen een belangrijke maatschappelijke functie.

Yaron Brook wees op zijn I-phone. Hij vertelde dat in de VS in de jaren tachtig van de twintigste eeuw het telecombedrijf AT&T het monopolie had op langeafstandsgesprekken. Een concurrent, MCI, had een visie en een strategie om door middel van glasvezelkabels door het hele land snellere, betere en mobiele communicatie mogelijk te maken. Daar was kapitaal voor nodig want de overheid zorgde voor een hoge barrière om tot de markt voor telecom toe te treden. Er was kapitaal nodig om de medewerkers te betalen, om de leveranciers te betalen, om de visie en strategie uit te kunnen voeren. Dat was het werk van de financiers en financiële markten om het kapitaal te verschaffen.

Amerikaanse ondernemingen werden geherfinancierd in de jaren tachtig zodat in de jaren negentig hoog gespecialiseerde productieve ondernemingen ontstonden. Zij werden gefinancierd met geld van onder andere pensioenfondsen die in ruil voor het ter beschikking stellen van hun kapitaal aan gespecialiseerde financiers zoals private equity-huizen, tien jaar later op een fors rendement rekenden. Dit type financiering vereist kennis en kunde. Het heeft niets met geluk te maken. Het vergt kennis en kunde om een uitstekende financier of bankier te zijn, om te bepalen waarin wel en waarin niet wordt geïnvesteerd, aan wie een lening wordt toegekend, en aan wie niet, met verstrekkende macro-economische gevolgen.

Brook stelde dat we niet als semi-vrije Westerse wereld konden bestaan zonder financiers en relatief vrije financiële markten. Regulering gaat ervan uit dat bankiers en financiers boeven zijn die hard moeten worden aangepakt. Dit werkt niet productief en houdt innovatie tegen. Zakenbanken werden weliswaar gered door de overheid maa,r vroeg Yaron Brook zich af, waardoor komt dat? Wie nam die beslissing?

Een bonus wordt toegekend voor betere dan gemiddelde prestaties. Het is een afspraak tussen twee partijen die een overeenkomst bereiken over de prestatie waarbij als onderdeel van het pakket een bonus wordt toegekend. Afspraken tussen professionele partijen over bonussen bij het bereiken van bepaalde prestaties moeten niet worden gereguleerd. Yaron Brook gaf aan meer vertrouwen te hebben in zakenmensen die met het gezonde eigenbelang voor ogen een voor iedere partij aanvaardbare overeenkomst sluiten, ook als die overeenkomst bonussen betreft, dan in een bureaucraat van de overheid die over ingewikkelde materie als beloningsbeleid en bonussen regels zal bepalen en daarmee waarschijnlijk de verkeerde prikkels doet ontstaan.

Peter Borgdorff, “Bonus-malus bij Uitbesteding van Vermogensbeheer door Pensioenfonds”

Als Algemeen Directeur van Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) lichtte Peter Borgdorff het standpunt van PFZW toe om in de overeenkomsten met externe vermogensbeheerders een bepaling op te nemen dat als bij een buitengewone prestatie door de externe vermogensbeheerder een bonus aan de orde is, er bij een mindere prestatie een malus zal gelden. Daarmee wordt het belang van de externe vermogensbeheerder op één lijn gesteld met dat van PFZW.

Als een externe vermogensbeheerder enkel een bonus krijgt bij bovenmatige prestaties (outperformance) en geen risico loopt op een korting bij ontoereikende prestaties (underperformance) is er geen sprake van een evenwichtige verhouding tussen prestatie en beloning, stelde Peter Borgdorff.

Borgdorff vervolgde dat PFZW de pensioengelden belegt om het doel van PFZW te bereiken: een maatschappelijk acceptabel pensioen voor een redelijke en stabiele premie. Dat betekent een geïndexeerd pensioen. Ook een pensioenfonds met zoveel geld als PFZW moet scherp letten om optimaal resultaat te behalen waarmee het doel van het pensioenfonds kan worden bereikt.

 

De deelnemers aan de pensioenregeling van PFZW zijn in de meerderheid vrouwen die parttime werken. De gemiddelde pensioenuitkering bedraagt 3.700 euro per jaar. PFZW voelt een grote betrokkenheid om te zorgen dat die pensioenen zo hoog mogelijk blijven. Het werk dat de mensen in de gezondheidszorg en welzijn doen, is maatschappelijk van groot belang.

 

 Iris Sluiter en Steven de Vries, ‘Regelgeving rondom Beloningsbeleid bij Uitbesteding door Pensioenfondsen’

Iris Sluiter en Steven de Vries van toezichthouder De Nederlandsche Bank maakten onderscheid tussen beloningsbeleid op niveau van het pensioenfonds en bij de partij aan wie een pensioenfonds kerntaken zoals vermogensbeheer uitbesteedt.

Beloningsbeleid bij een pensioenfonds

De beloning van een pensioenfondsbestuurder moet passen in een beloningsbeleid van een pensioenfonds dat niet aanmoedigt tot het nemen van meer risico’s dan voor het fonds aanvaardbaar is. Dat geldt op basis van een beheerste en integere bedrijfsvoering (artikel 143 Pensioenwet en 138 Wet verplichte beroepspensioenregeling) en is sinds 1 juli 2013 expliciet bepaald in artikel 21a van het Besluit financieel toetsingskader, waarmee ook de AFM/DNB principes voor een beheerst beloningsbeleid van toepassing zijn.

Het is nodig dat pensioenfondsen blijven werken aan de professionalisering van hun bestuur. Met dat doel is de Wet versterking bestuur pensioenfondsen tot stand gekomen.

Die wet was nodig omdat er van oudsher in de besturen van pensioenfondsen de nadruk wordt gelegd op vertegenwoordiging van organisaties. Dat bestuurders ook noodzakelijk over de vereiste deskundigheid moeten beschikken om een pensioenfonds te besturen, heeft de laatste jaren meer de nadruk gekregen.

Bestuurders die niet geschikt blijken voor hun taak, kunnen door DNB worden afgewezen als bestuurder. Dat gebeurt ook in de praktijk. Als gevolg hiervan zijn pensioenfondsen zelf ook strikter de vereiste geschiktheid van kandidaten gaan beoordelen.

Onderdeel van toenemende professionaliteit in pensioenfondsbesturen is dat bestuurders voldoende tijd hebben om hun taak uit te oefenen. Daar past een adequate beloning bij die van fonds tot fonds kan verschillen en niet aanzet tot het nemen van meer risico dan voor het fonds aanvaardbaar is.

De wettelijke regels die het aantal bestuursfuncties beperkt en de eis van geschiktheid, leidt ertoe dat pensioenfondsen extra inspanningen moeten leveren om kandidaten te werven en te selecteren. Geschikte kandidaten zullen mogelijk ook gewend zijn om een passende beloning te ontvangen, die hoger ligt dan pensioenfondsbestuurders voorheen kregen.

Daarentegen bestaat de indruk dat er groot aanbod is van personen die zich aanbieden als intern toezichthouder bij pensioenfondsen. Gelet op dat grote aanbod zou de vergoeding voor een interne toezichthouder naar verwachting eerder dalen dan stijgen. Ook voor intern toezichthouders geldt de eis van geschiktheid.

Beloningsbeleid bij uitbesteding

De beloning van een persoon die werkt voor het pensioenfonds in het kader van uitbesteding, moet niet aanmoedigen tot het nemen van meer risico’s dan voor het fonds aanvaardbaar is. Dat geldt op basis van een beheerste en integere bedrijfsvoering (artikel 143 Pensioenwet en 138 Wet verplichte beroepspensioenregeling). Sinds 1 juli 2013 is daarbij expliciet bepaald in artikel 14 Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling dat een pensioenfonds bij uitbesteding (van vermogensbeheer en grootschalige administratie) zicht moet hebben op de beloningstructuur bij de derde en dat tevens openbaar moet maken.

In het voorbeeld waarbij een pensioenfonds de kernactiviteit vermogensbeheer uitbesteedt, zal aan de partij aan wie wordt uitbesteed het beloningsbeleid moeten worden gevraagd en worden beoordeeld.

De vraag die het pensioenfonds voor zichzelf moet beantwoorden, luidt of het beloningsbeleid van de partij aan wie vermogensbeheer wordt uitbesteed, leidt tot voor het pensioenfonds onaanvaardbare risico’s. Dat geldt op niveau van het betreffende mandaat en op totaalniveau van het pensioenfonds.

De beoordeling van het beloningsbeleid van een externe vermogensbeheerder  door een pensioenfonds dient als beheersingsmaatregel.
Het pensioenfonds moet monitoren dat de risico’s passen bij het betreffende vermogensbeheermandaat.

Pensioenfondsen mogen performancefees, carried interest en bonussen overeenkomen met externe vermogensbeheerders als zij dat maar doen na een weloverwogen beoordeling van alle risico’s waaraan het pensioenfonds zich blootstelt en deze afspraken passen in het beleid van riscobeheersing van het pensioenfonds.

Jaap Koelewijn, “Beloningsbeleid, Prikkels en Vertrouwen”

De presentatie van Jaap Koelewijn vindt u door HIER te klikken.

Jaap Koelewijn stelde dat bonussen in beginsel niet verkeerd zijn. Zij moeten de juiste prikkel geven om te leiden tot een bovenmatige prestatie.

Hij uitte de zorg dat pensioenfondsen in hun onderhandelingen met externe vermogensbeheerders vaak niet weten welke bonus tot welke prikkel leidt. En zo komt het voor dat een pensioenfonds een bonus betaalt aan een externe vermogensbeheerder voor een behaalde extra prestatie die niet zo zeer is bereikt door de inzet van speciale vaardigheid, kennis en kunde van de externe vermogensbeheerder maar dat het hogere rendement tot stand kwam door geluk en door gunstige marktomstandigheden.

Bij alternatieve beleggingen zoals private equity, hedgefunds en infrastructuur zijn beloningsbeleid en bonussen bij de externe vermogensbeheerder veelal zodanig opgesteld dat de medewerkers in dienst van de externe vermogensbeheerder mee investeren met hun eigen geld in de projecten die zij aanbieden aan onder meer pensioenfondsen. De belangen van de externe vermogensbeheerder en het beleggende pensioenfonds worden op die wijze op één lijn gebracht. Bovendien kunnen dergelijke specialistische partijen veelal aantonen wél over de vereiste kennis en vaardigheid te beschikken waarmee zij toegevoegde waarde kunnen bieden aan de beleggingsportefeuilles van pensioenfondsen.

Koelewijn stelde dat het volgen van een enkele cursusdag door een bestuurder van pensioenfonds geen tegenwicht biedt aan professionele vermogensbeheerders met grote kennis van zaken. Bijscholing op hoog niveau op gebied van vermogensbeheer is voor pensioenfondsbestuurders van groot belang, vervolgde hij, als zij door de inhuur van specialistische kennis hogere rendementen willen realiseren. Koelewijn signaleerde dat er pensioenfondsen zijn die de uitbesteding van het vermogensbeheer over de schutting gooien naar een externe partij zonder dat zij precies weten hoe het betreffende mandaat exact wordt beheerd en de risico’s die daarmee verband houden. Dan loont het om te investeren in kennis.

Vertrouwen is zeer belangrijk in elke relatie en dus ook in een zakenrelatie. Vuistdikke contracten zijn vaak een signaal dat er sprake is van wantrouwen waarbij zoveel mogelijk vooraf van alles en nog wat wordt dichtgetimmerd. Als het vertrouwen er niet is aan het begin van de relatie, begin er dan niet aan, adviseerde Koelewijn.

De regulering rondom de deskundigheid van pensioenfondsbestuurders leidt tot het afvinken van eisen waaraan moet worden voldaan, vond Koelewijn, omdat te weinig rekening wordt gehouden met de mensen op wie de regels betrekking hebben. Ter illustratie legde Koelewijn, hoogleraar ondernemingsfinanciering en gepromoveerd op bankentoezicht, uit dat hij aan een toezichthouder moest uitleggen of hij deskundig genoeg was op financiering en beleggingen in het kader van een toetsingsprocedure. Dan wordt er niet meer gekeken naar de persoon maar leidt regelgeving tot bureaucratie en afvinkgedrag.