Congres-2014

De stichting IVP – Instituut voor Pensioeneducatie is opgericht door de Haagse pensioenuitvoerder MN teneinde een kwaliteitsimpuls te brengen aan de Nederlandse pensioensector. Daartoe ontwikkelde IVP de leergang Pensioenfondsmanagement, Competentietrainingen, publiceert IVP, organiseert IVP seminars en jaarlijks een congres.

IVP – Instituut voor Pensioeneducatie organiseerde op donderdag 11 december 2014 in de Willem Burgerzaal van De Doelen te Rotterdam haar derde jaarcongres, “Besturen en beleggen in 2015”.

Op deze pagina staat het verslag van dit congres.

Het congres werd financieel mogelijk gemaakt dankzij de hoofdsponsoren (klikt u op de betreffende naam voor meer informatie) :

Daarnaast dankt IVP de mede-sponsoren (klikt u op de betreffende naam voor meer informatie) :

IVP dankt mede congrespartner Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Verslag van het IVP-congres ‘Besturen en beleggen in 2015′

1. Het Algemeen Pensioenfonds. De evolutie van het pensioenfonds

Mr Nicolette Opdam, Partner HVG en sectorvoorzitter pensioenen voor EY Financial Services

Inleiding

Mevrouw Opdam sprak over het Algemeen Pensioenfonds (APF) Het APF is een nieuw type pensioenfonds naast de bestaande bedrijfstak-, beroeps-  en ondernemingspensioenfondsen. Het APF is een nieuwe vorm om een pensioenregeling onder te brengen. Het APF is bedoeld als alternatief voor pensioenfondsen die zelfstandig niet kunnen blijven voortbestaan, bijvoorbeeld door een krimpend of vergrijzend deelnemersbestand.

 Het APF geschetst

Het APF kan verschillende pensioenregelingen uitvoeren die nu zijn ondergebracht bij ondernemingspensioenfondsen, beroepspensioenfondsen en niet-verplichte bedrijfstakpensioenfondsen. Pensioenregelingen die door een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds worden uitgevoerd, mogen niet worden ondergebracht bij een algemeen pensioenfonds.

Het APF houdt per (gebundelde) pensioenregeling een gescheiden vermogen aan. De pensioenregeling en het gescheiden vermogen is een compartiment, ook wel kring genoemd.

Mevrouw Opdam gaf weer dat er verschillende mogelijkheden zijn om de kringen vorm te geven. Daarbij kan één aangesloten werkgever bijvoorbeeld kiezen om twee kringen te hanteren, zoals voor een basisregeling en daarnaast een excedentregeling.

 

Zij lichtte toe dat iedere onderneming een APF op kan richten met uitzondering van verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen. Opdam gaf weer dat wat haar betreft er geen belemmeringen zijn om ook verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen toe te staan een APF op te richten. Zij voerde aan dat ook in de branche van verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen wordt gezocht naar schaalvergroting en consolidatie plaatsvindt. De pensioenregeling die door een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds wordt uitgevoerd, blijft verplicht.

Het document uitvoeringsovereenkomst die iedere werkgever per kring overeen moet komen zal voor het APF een paar aanvullende onderdelen kennen:

 

  • Sluitende regeling ten aanzien van kosten (kosten van uitvoering die in mindering kunnen worden gebracht op het gescheiden vermogen in de kring, kosten die ten laste van de pensioenpremie kunnen worden gebracht)
  • Kwaliteit van de dienstverlening door het APF aan de kring
  • Regeling ten aanzien van (financiële) afwikkeling bij beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst.

Het APF en andere alternatieven voor pensioenuitvoering

Het doel van het APF is: schaalvoordelen behalen, professionalisering en geleidelijke standaardisering van de pensioenuitvoering. Bij de afweging van de mogelijkheden om een pensioenregeling uit te voeren, kan worden gedacht om van een ondernemingspensioenfonds over te gaan naar een overgang naar een bedrijfstakpensioenfonds, verzekeraar, Premie Pensioeninstelling (PPI) of fusie met een ander ondernemingspensioenfonds. Bij die mogelijkheden is  er sprake van verlies van identiteit, is er minder zeggenschap op de uitvoering en geldt verlies van solidariteit.

Het APF zal op meer van die onderdelen beter ‘scoren’ dan bij een andere overgang. Zo blijft de (mede)zeggenschap op de inhoud van de pensioenregeling en de premiestelling bijvoorbeeld behouden. De teruggang in het aantal pensioenfondsen heeft de laatste jaren tot een grote afname geleid. Op dit moment (december 2014) hebben circa 60 pensioenfondsen bij toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) een kwetsbaarheidsanalyse in moeten leveren en overwegen circa 150 pensioenfondsen liquidatie. Dit betekent dat er grote behoefte is aan een alternatief voor pensioenuitvoering en dat er een markt is die dient te worden ingevuld.

Besturen van het APF

Het APF kent een simpele structuur wat betreft bestuur en toezicht. In totaal zijn maar vijf personen nodig. Er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen besturing van het APF en besturing van de kringen.

Iedere kring kent een eigen Belanghebbendenorgaan (BO). Dit BO heeft alleen een rol ten opzichte van de eigen kring. Op het niveau van de kring wordt de eigen dekkingsgraad vastgesteld en dienen verslagstaten te worden opgeleverd.

Op het overkoepelende niveau van het APF dienen vele zaken te worden geregeld. Opdam noemde als willekeurige voorbeelden alle compliance-elementen, de besturing van het APF, het vaststellen van beleid ten opzicht van de kringen, of de jaarrekening.

Er zijn enkele onderwerpen waar behoefte zal bestaan om zeggenschap van de kring te realiseren. Voorbeelden zijn de opheffing van het APF en het wijzigen van de statuten van het APF. Net als bij een Vereniging van huiseigenaren zal dit per APF moeten worden ingevuld.

Aandachtspunten vergunning APF

Mevrouw Opdam gaf weer dat op dit moment (11 december 2014) nog niet bekend is wat de vereisten zullen zijn ten aanzien van de omvang van het werkkapitaal van het APF. Zij wees erop dat het werkkapitaal naar verwachting mede zal worden bepaald door de opzet van het APF. Hoe meer partijen er zijn waaraan werkzaamheden zijn uitbesteed, hoe hoger het werkkapitaal zal moeten zijn. Het risicoprofiel van het APF speelt hierbij een rol.

Vanuit de ervaringen met vergunningstrajecten voor PPI’s is vooral van belang te benoemen dat een gedegen voorbereiding en het op orde hebben van alle benodigde documenten aandacht krijgt. Zo moet de reikwijdte van de kringen zijn vastgelegd, zijn de leden van ieder BO medebeleidsbepalers en moeten dus aan de geschiktheidsvereisten voldoen. Enige vorm van toetsing op het vervullen van rollen en functies bij andere instellingen is ook aan de orde.

Mevrouw Opdam lichtte toe dat er verschillende methodes zijn om tot een APF te komen. Een ondernemingspensioenfonds kan zich omvormen tot een APF. Naast de geen bezwaarprocedure die daarvoor al op basis van huidige wetgeving geldt, geldt een vergunningplicht. De vergunning dient te worden verkregen van DNB.

Bij de oprichting van het APF kan het nog “leeg” zijn. Vervolgens zal bij iedere toetreding moeten worden bekeken welke kring er wordt gecreëerd en wat de effecten van de gekozen uitvoering zijn voor het werkkapitaal van het APF. Als het APF eenmaal bestaat, kunnen daarna partijen toetreden door liquidatie van het eigen pensioenfonds en collectieve waardeoverdracht.

Mevrouw Opdam sloot af met aan te geven dat de pensioenfondsen nog terughoudend zijn om pensioenregelingen te laten uitvoeren door een APF.

Zij onderstreepte dat voor het laten slagen van de oprichting van een APF het belangrijk is dat partijen met elkaar in gesprek gaan.  Dan houdt een APF- in-oprichting rekening met de wensen van de fondsbesturen. Mevrouw Opdam faciliteert die gesprekken. Zij riep pensioenfondsen op om zich in alle vertrouwelijkheid bij haar te melden voor een oriënterende bespreking over het APF als alternatief.

Post sciptum: op 19 december 2014, vijf dagen na het congres, verscheen het Wetsvoorstel inzake het APF. U vindt HIER de actuele stand van zaken door mevrouw Opdam ter aanvulling op haar presentatie.

 

Het Nederlandse pensioenstelsel is als Jaguar:

een kwaliteitsmerk dat een grondige restyling ondergaat.

Daarom sponsorde Jaguar mede het congres van IVP

 

 

 2. Prioriteiten in het pensioentoezicht door De Nederlandsche Bank in 2015

 mr Frank Elderson, lid directie bij De Nederlandsche Bank

De heer Elderson ging in op de prioriteiten van het pensioentoezicht van DNB in 2015  tegen de achtergrond van de voortdurende bewegingen in de pensioensector en de toenemende kwaliteitseisen aan bestuurders. Zijn volledige toespraak vindt u HIER.

Na afloop van zijn presentatie nam hij het boek ‘Het excellente pensioenfonds’ (Kluwer, Deventer, 2014) van het Instituut voor Pensioeneducatie in ontvangst.

Bestuurlijke inrichting pensioenfonds

Een pensioenfonds moet aan strenge financiële eisen voldoen, maar een goede bestuurlijke inrichting is minstens zo belangrijk. Eén van de maatregelen die de overheid daartoe heeft genomen was de invoering van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen.  Vrijwel alle fondsen voldoen aan de nieuwe wetgeving.

De heer Elderson meldde dat DNB in de loop van 2014 rond de zeshonderd bestuurderstoetsingen heeft uitgevoerd.Dat is bijna twee keer zoveel als in 2013.

DNB kijkt niet alleen naar de formele bestuurlijke inrichting, maar vooral ook naar de wijze waarop het bestuur functioneert.  Bij voorbeeld – en dat is heel belangrijk – naar de omgang met organen zoals het intern toezicht en de medezeggenschapsraad. Een goed bestuurder ziet die organen niet als hinderlijke ‘meekijkers’, maar zorgt dat zij hem tot steun zijn in zijn bestuurstaak.

Hoofdthema’s van pensioentoezicht

DNB heeft vier hoofdthema´s gekozen waarop DNB zich in 2015 speciaal richt:

  • Financiële instellingen bereiden zich tijdig en adequaat voor op nieuwe wetten en regelgeving;
  • De Nederlandse financiële sector is bestand tegen schokken;
  • De financiële sector handelt integer en transparant;
  • De Nederlandse financiële sector is toekomstbestendig.

 Wat betekent dat nu specifiek voor het DNB-toezicht op de pensioenfondsen?

De heer Elderson lichtte toe dat De Nederlandsche Bank de nieuwe wet- en regelgeving zoals het nieuwe Financieel Toetsingskader zal vertalen naar de dagelijkse praktijk. Het toezicht wordt zo ingericht dat DNB binnen het nieuwe kader effectief en efficiënt toezicht kan houden. DNB zal pensioenfondsen zo goed mogelijk informeren over het toezicht.

Een ander voorbeeld van ´tijdige voorbereiding op nieuwe wet- en regelgeving´ is in 2015 het Algemeen Pensioenfonds. Nicolette Opdam gaf hierover al uitgebreid een presentatie. Het APF wordt een nieuw soort pensioenfonds dat bundeling in de uitvoering van pensioenregelingen makkelijker maakt. De sector kijkt er al lang naar uit en de heer Elderson gaf aan dat ook DNB er positief over is.

Hij memoreerde dat het oprichten van een APF wél is omgeven met strenge regels, in de vorm van een vergunningplicht.

De heer Elderson gaf aan dat DNB weet dat er veel belangstelling is voor de optie van het APF en dus wil DNB zo snel mogelijk na inwerkingtreding van de wet de eerste vergunningen kunnen verlenen. Hij onderstreepte dat het toezichtthema van tijdige voorbereiding op nieuwe wet- en regelgeving  niet alleen voor pensioenfondsen geldt, maar ook voor toezichthouder DNB zelf.

Het tweede hoofdthema van De Nederlandsche Bank voor 2015 is het toezicht op integer en transparant handelen van de sector. Een actueel voorbeeld daarvan is het DNB-onderzoek naar de vraag of bij de vaststelling van de pensioenpremies voor volgend jaar alle belangen voldoende zijn meegewogen. DNB onderzoekt de afweging die een fonds maakt tussen de belangen van de deelnemers en de eigen financiële positie van het pensioenfonds. De uitkomst van het onderzoek verschijnt begin 2015.

Het derde toezichtthema is dat de Nederlandse financiële sector bestand is tegen schokken. Voor de pensioensector betekent dat in dit geval: de pensioensector weet om te gaan met lage rente en hoge marktrisico´s. De heer Elderson benadrukte dat De Nederlandsche Bank absoluut niet tegen het nemen van risico’s is. Een pensioenfonds dat een goed pensioen wil tegen aanvaardbare kosten moet risico’s nemen. Waar DNB in het toezicht dan vooral op let, is de vraag of de complexiteitvan de beleggingen wel in evenwicht is met de capaciteit van het bestuur om de risico’s daarvan te beheersen. Dat is voor DNB de kern, lichtte de heer Elderson nader toe.

Het vierde thema van toezicht op pensioenfondsen door DNB in 2015 gaat over de toekomstbestendigheid van onze pensioenfondsen – en dan vooral over de houdbaarheid van de bedrijfsmodellen.

De heer Elderson gaf aan dat er een aantal pensioenfondsen is waarover DNB zich op dit gebied zorgen maakt. Er zijn fondsen waarvan DNB zich afvraagt of de belangen van hun deelnemers op den duur nog wel voldoende zijn gewaarborgd. Daarbij streeft DNB ernaar dat de mogelijk kwetsbare fondsen zulke maatregelen treffen dat ze wél toekomstbestendig zijn, maar de uitkomst kan óók zijn dat het fonds moet besluiten te stoppen.

De heer Elderson sloot af met de constatering dat pensioenfondsen en toezichthouders allemaal te maken hebben met een dynamische omgeving, uitdagende opdrachten en toenemende kwaliteitseisen in een financieel onzekere wereld.

Hierna nam de heer Elderson het boek ‘Het excellente pensioenfonds’ in ontvangst (Kluwer, Deventer, 2014). Het boek gaat over hoe een pensioenfonds succesvol kan zijn.

Het is geschreven door zestien wetenschappers en professionals van zeven verschillende disciplines.

 

 

 

3. Duurzaamheid als integraal onderdeel van de bedrijfsvoering van pensioenfondsen

Prof. dr. Jan Peter Balkenende, Partner EY en hoogleraar Erasmus Universiteit Rotterdam

Na een levend betoog en discussie over algemene wereldwijde duurzaamheid strategieën, thema’s en dilemma’s legde de heer Balkenende de focus op duurzaamheid bij pensioenfondsen. Hij leidde dit in vanuit duurzaamheid als integraal onderdeel van bedrijfsstrategieën, andere businessmodellen, het belang van meetbaarheid en verslaggeving. Hierbij behandelde hij onder meer de volgende vijf thema’s.

 

1)  Governance

In de Governance van een pensioenfonds zou duurzaamheid/ESG sterk geïntegreerd moeten zijn. ESG is de afkorting voor ‘Environmental, Social and Governance’.   In de praktijk zien we dat dit vaak niet is ingeregeld.

 

 

Welke ESG-elementen en verantwoordelijkheden zijn in de pensionfund governance opgenomen? De heer Balkenende lichtte toe dat hier aandacht voor zou moeten bestaan. De aanpak kan per pensioenuitvoerder verschillen.

2) Waardecreatie

Uit zowel de transparantiebenchmark als uit een recent onderzoek van EY naar waardecreatie door financiële instellingen blijkt dat onder meer pensioenfondsen niet goed scoren op het gebied van transparantie over waardecreatie voor hun stakeholders. Weten pensioenfondsen voldoende hoe ze waarde (moeten) creëren vanuit hun businessmodel, naast het gebruikelijke financial capital? Het waardecreatiemodel van integrated reporting biedt een goede kapstok. Integrale rapportage zou een mooie uitwerking voor pensioenuitvoerders zijn om breder dan alleen financieel verslag te doen.

 3) Investment power

Pensioenfondsen hebben een enorme investment power. Ook hiermee kunnen ze waarde creëren. Veel pensioenfondsen doen voornamelijk aan verantwoord beleggen via toepassing van een uitsluitingsbeleid in hun beleggingen. Willen pensioenfondsen geen grotere impact hebben door meer richting impact investing op te schuiven? Er zijn veel kansen die kunnen worden opgepakt.  Qua impactmeting (van de sociale performance) liggen er nog wel uitdaging maar daar kunnen adviseurs pensioenfondsen bij helpen.

 4) Klant centraal

De klant centraal, een bekend onderwerp, ook voor pensioenfondsen en uitvoerders. In de praktijk zien we dat communicatie en transparantie zijn toegenomen. Maar ook zien wij bij uitvoerders en verzekeraars dat sales-prikkels nog wel onderdeel van het proces zijn. Staat de klant/deelnemer al 100 % centraal?

5) Boegbeeld

Tenslotte; de heer Balkenende is voorzitter van de Dutch Sustainable Growth Coalition. Dit is een samenwerkingsverband van acht Nederlandse multinationals. Deze bedrijven bevorderen en promoten actief bedrijfsmodellen voor duurzame groei. De coalitie wordt gefaciliteerd door EY. De heer Balkenende gaf aan dat zijn rol als voorzitter van DSGC zich richt op de reële economie. De financiële economie vraagt ook om een boegbeeld. Dit zou gegeven de lange termijn filosofie bij uitstek bij een boegbeeld uit de pensioensector passen.

 

4. Geopolitiek risico als onderdeel van de beleggingsbeslissing

David H. Petraeus, voorzitter van het Global Institute van het private equity-huis KKR

 

Oud-generaal David H. Petraeus gaf een boeiende analyse van geopolitieke factoren die van invloed zijn op beleggingsbeslissingen.

Hij is voorzitter van het Global Institute van het private equity-huis KKR. Het Global Institute faciliteert de beleggingsteams van KKR bij de beleggingen die KKR doet voor onder andere pensioenfondsen en verzekeraars.

Het kan gaan om conflicten in regio’s of technologische ontwikkelingen die het businessmodel van een bedrijf of branche kunnen wijzigen.

Zijn presentatie was exclusief voorbehouden voor de aanwezigen tijdens het congres.

 

 

 

De aanwezige leden van het bestuur van IVP – Instituut voor Pensioeneducatie: (vlnr) Onno de Lange, Ellen Cramer-de Jong, Els Ankum-Griffioen, Frans Dooren en Rijk Griffioen

 

Donderdag 11 december 2014

8.30 – 17.00 u

De Doelen, Rotterdam   

Derde Jaarcongres IVP

‘Besturen en beleggen in 2015’